Bijvoeglijke naamwoorden de 3 vormen
 

Deense bijvoeglijke naamwoorden veranderen van vorm als gevolg van getal en geslacht.
 basisvorm
en stor hund een grote hond
hunden er stor de hond is groot
   
 t-vorm
et stort hus een groot huis
huset er stort / Det er stort het huis is groot / het is groot maar: Peter er stor, Hun er stor ...
      Personen = zonder -t
 e-vorm
1. Meervoud:  
husene er store de huizen zijn groot
nogle store hunde enkele grote honden
   
2. Na bepalende woorden:  
min store hund mijn grote hond  (bezittelijk voornaamwoord)
dit store hus jouw grote huis  
den store hund de grote hond  (den/det)
det store hus het grote huis  
Sørens store hund Søren's grote hond  (bezittelijk)
mandens store hus het grote huis van de man