Onbepaald voornaamwoord  
 

Het Onbepaalde voornaamwoord verwijst naar iets onduidelijks, het is niet precies te omschrijven. Het is een bonte verzameling voornaamwoorden die vaak bepalend zijn voor de betekenis van een zin.
al (alt, alle)
Alle mænd elsker øl Alle mannen houden van bier
Alt er godt Alles is goed
Har alle fået noget kaffe? Heeft iedereen koffie gekregen?
Hej, alle sammen! Hallo allemaal!
alt i alt al met al (welbeschouwd, op de keper beschouwd)
trods alt ondanks alles
frem for alt bovenal
   
anden (andet, andre)
Har du en anden jakke? Heb je nog een jas?
Jeg har en anden Ik heb er nog een
Hun har ikke nogle andre billeder Ze heeft geen andere foto's (Ze heeft niet nog meer foto's)
en anden gang een andere keer
et eller andet het een of ander
blandt andet onder andere, ondermeer
   
begge
Begge mænd er rige Beide mannen zijn rijk
Begge mine døtre bor i København Mijn beide dochters wonen in Kopenhagen
De bor i København begge to Ze wonen in Kopenhagen, allebei
i begge tilfælde in beide gevallen
   
få (færre, færrest)
Der er kun få beskeder Er zijn maar een paar berichten
Hun var en af de få, der overlevede Zij was een van de weinigen die het hebben overleefd
Jeg har nogle få mønter tilbage Ik heb (maar) en paar munten over
Færre og færre går i kirke Steeds minder mensen gaan naar de kerk
   
hver (hvert)
Jeg laver mad hver dag Ik kook elke dag het eten
Hvert barn fik en is Ieder kind kreeg een ijsje
Han løber hver anden dag Hij doet om de andere dag aan hardlopen
Må jeg få en af hver? Mag ik van elk één?
Vi fik 100 kroner hver We kregen ieder 100 kroner
alle og enhver iedereen (allen en iedereen)
   
ingen (intet)
Jeg har ingen problemer Ik heb geen problemen
De har ingen børn Zij hebben geen kinderen
Ingen tvivl om det Geen twijfel daarover
Jeg har intet job endnu Ik heb nog geen baan
Intet nyt er godt nyt Geen nieuws, goed nieuws
på ingen måde op geen enkele manier
 
Note: In plaats van ingen/intet, wordt gewoonlijk ikke nogen/ikke noget gebruikt:
Jeg har ikke noget problemer Ik heb geen problemen
De har ikke noget børn Zij hebben geen kinderen
   
Ingen er fuldkommen Niemand is volmaakt
Jeg kender ingen (ikke nogen) i København Ik ken niemand in Kopenhagen
   
Jeg har intet (ikke noget) at sige Ik heb niets te zeggen
Der er intet at gøre Er is niets te doen (Er is niets dat gedaan moet worden)
Der er intet i vejen Er is niets aan de hand
   
In plaats van intet, gebruikt men doorgaans ingenting:
Jeg har ingenting at sige Ik heb niets te zeggen
Hvad siger du? Ingenting Wat zeg je? Niets
   
Det gør ingenting Het maakt niets uit
Hun lod som ingenting Ze deed alsof er niets was gebeurd
   
lidt
Må jeg få lidt sukker? Mag ik wat suiker?
Der er lidt kaffe tilbage Er is nog wat koffie over
Jeg har lidt tømmermand Ik heb een beetje een kater
George Bush har for lidt intelligens George Bush heeft te weinig intelligentie
Jeg har kun lidt vin i skabet Ik heb maar een beetje wijn in de kast
Der er meget lidt mad tilbage Er is maar weinig eten over
Det er lidt for meget Dat is iets te veel
   
Skynd dig lidt! Haast je (een beetje)!
Vent lidt Wacht even
Det var så lidt Geen dank! (Het was zo weinig)
Det var ikke så lidt! Dat was nogal wat!
lidt efter lidt beetje bij beetje
om lidt na een poosje, "zo direkt"
   
man
Man må ikke gøre det Men mag dat niet doen (Het is niet toegestaan...)
Man spiser meget rugbrød i Danmark Men eet veel roggebrood in Denemarken
Man bør få motion hver dag Men zou elke dag moeten bewegen
Skal man betale for at komme ind? Moet men betalen om binnen te komen?
   
mange (flere, flest)
John og Susanne har mange børn John en Susanne hebben veel kinderen
Klaus og Maria har endnu flere Klaus and Maria hebben er nog meer
   
meget
Hun er meget smuk Zij is erg mooi
NB: meget kan ook 'nogal', 'redelijk of 'behoorlijk' betekenen in samenstellingen met positieve bijvoeglijke naamwoorden of bijwoorden zoals god, pæn, sød, etc.
Det er meget god Het is behoorlijk goed (maar...)
Hun er meget sød Ze is heel lief (maar...)
   
Det var meget bedre Dat was veel beter
Det koster for meget Het kost te veel
Han taler meget Hij praat veel
   
Det er lige meget Het maakt niet veel uit
Jeg er ikke meget for whisky Ik ben niet erg gek op whisky
så meget som muligt zo veel als mogelijk
   
nogen (noget, nogle)
Jeg har ikke nogen bil Ik heb geen auto
Har du noget vand? Heb jij wat water?
Han har ikke nogle penge Hij heeft geen cent
   
vis (vist, visse)
en vis person een zekere persoon
en vis alder een zekere leeftijd
et vist antal personer een (zeker) aantal personen
i visse tilfælder in sommige gevallen
   
som helst, end
Man kan ikke stole på hvem som helst Men kan niet zomaar iedereen vertrouwen (wie dan ook)
Jeg ville gøre hvad som helst for at få jobbet Ik zou alles doen om de baan te krijgen (wat dan ook)
Man må ikke ryge hvor som helst Men mag niet overal roken (waar dan ook)
Vulkanen kan bryde når som helst De vulkaan kan op elk moment uitbarsten (wanneer dan ook)
Tag hvilken som helst kop Pak maar een of ander kopje (welke dan ook)
   
Kom ud, hvem du end er! Kom tevoorschijn, wie je ook bent!
Hvad der end sker, så forbliver vi venner Wat er ook gebeurt, we blijven vrienden
Jeg vil finde ham, hvor han end bor Ik zal hem vinden , waarr hij ook woont
Det er grimt, hvordan man end ser på det Het is lelijk, hoe men er ook naar kijkt
Vi kan godt gå, hvornår du end er klar We kunnen gaan wanneer je maar klaar bent