Danish Grammar
Back

Deense bijvoeglijk naamwoord

De 3 vormen
Forward
 
Bijvoeglijke naamwoorden veranderen van vorm als gevolg van geslacht, getal en de bepaalde vorm
 
Basisvorm (wordt beïnvloed door geslacht)
en stor hund een grote hond
hunden er stor de hond is groot
   
T-vorm (wordt beïnvloed door geslacht)
et stort hus een groot huis
huset er stort / Det er stort het huis is groot / het is groot  
     
E-vorm (wordt beïnvloed door getal en de bepaalde vorm)
1. Met meervoud:  
husene er store de huizen zijn groot
nogle store hunde sommige grote honden
   
2. Na de bepaalde vorm:  
min store hund mijn grote hond (bezittelijk voornaamwoord)
dit store hus jouw grote huis  
     
den store hund de grote hond (den/det)
det store hus het grote huis  
     
Sørens store hund Søren's grote hond (bezittelijke vorm)
mandens store hus het grote huis van de man