Met het grammaticaal geslacht worden zelfstandige naamwoorden (dingen) ingedeeld in bepaalde groepen. Bijvoorbeeld, in het Spaans zien we: un libro = een boek, una casa = een huis. Merk het verschil op tussen un en una.
Hier is un libro een "mannelijk" woord, en una casa is "vrouwelijk". In de praktijk is er niets mannelijks aan een boek of vrouwelijks aan een huis; daarin verschilt grammaticaal geslacht van het natuurlijk geslacht. Het onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke woorden is slechts een grammaticale eigenschap.
Ook in het Nederlands behoren zelfstandige naamwoorden tot een geslacht: mannelijk, vrouwelijk (voorafgegaan door de) of onzijdig (met het lidwoord het).
Het Deens kent 2 geslachten, gemeenschappelijk en onzijdig. Een aantal zelfstandige naamwoorden wordt voorafgegaan door en ( = een auto); andere door et (
Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.
= een huis).
Er zijn geen vaste regels waaraan je kunt zien wanneer je en moet gebruiken en wanneer et.
Echter, bij ongeveer 75% van de Deense zelfstandige naamwoorden wordt en gebruikt. Om je te helpen de onzijdige woorden te herkennen, zijn ze in de hele cursus oranje gekleurd.