Danish Grammar
Back

Bijzondere woordjes

 
Forward
 

De betekenis van de woorden in deze lijst is meer idiomatisch dan grammaticaal. Dat wil zeggen dat ze vooral in de spreektaal belangrijk zijn. Ze geven de zin meestal een subtiele emotionele nuance die afhangt van de context. Een precieze vertaling is vaak moeilijk te geven.

Kijk naar het verschil in betekenis in de volgende zinnen:
a) Hij is een jongen
b) Hij is (nog) maar een jongen

a) Je Deens is uitstekend
b) Maar je Deens is uitstekend

 

jo
wordt gebruikt om te onderstrepen dat iets overduidelijk is (gelijk aan "zoals je weet .."):
A: John opførte sig som en idiot igen
B: Han er jo ikke så skarp
A: John gedroeg zich weer als een idioot
B: Hij is dan ook niet zo slim (een bekend feit)
A: Bilen er rigtig hurtig
B: Det er jo en Ferrari
A: Jouw auto is echt snel
B: Het is een Ferrari
A: Michael Jacksons død er i alle medierne
B: Han var jo superstjerne
A: Michael Jacksons dood wordt in alle media genoemd
B: Hij was een superster
of als antwoord op een positief of negatief gestelde vraag:
A: Drikker du kaffe?
B: Jo, det gør jeg
A: Drink je koffie?
B: Ja, dat doe ik
A: Har du ikke lyst til en kaffe?
B: Jo
A: Heb jij geen zin in koffie?
B: Ja/Jawel
 
vel
De spreker kan slechts gissen, maar mag worden gecorrigeerd:
A: Du er vel tørstig?
B: Det kan du tro!

A: Du har ikke set Søren, vel?
B: Nej, det har jeg ikke

A: Hvorfor kommer han ikke?
B: Toget er vel forsinket
A: Je zult wel dorst hebben
B: Nou en of!

A: Je hebt Søren zeker niet gezien?
B: Nee

A: Waarom komt hij niet?
B: De trein zal wel vertraging hebben
 
sikkert
Als misschien of mogelijk:
Prøven bliver sikkert ikke så svært De test zal vast en zeker niet te moeilijk zijn (Dat denk ik)
Det er sikkert ret hårdt at overleve alene i junglen Het is vast en zeker echt moeilijk om in je eentje te overleven in de jungle (Dat stel ik me voor)
 
nok
Vergelijkbaar met sikkert, maar met een hogere graad van zekerheid of optimisme:
A: Hvor bliver han af?
B: Han kommer nok snart
A: Waar blijft hij toch?
B: Hij zal hier gauw zijn
Sikke en dejlig bil. Den koster nok en formue! Wat een mooie auto. Die moet wel een vermogen kosten!
Wordt ook gebruikt als Dat beloof ik:
Jeg skal nok være der i morgen Ik zal er zijn morgen (Dat beloof ik)
A: Du må hilse Peter
B: Det skal jeg nok
A: Doe Peter de groeten
B: Dat zal ik doen
 
vist
Wordt gebruikt in een voorzichtige bewering:
Du har vist spist min hotdog Ik denk dat je mijn hotdog hebt opgegeten
Kan ook worden gebruikt als je een gerucht hebt gehoord en je denkt dat het waar kan zijn:
Det bliver vist godt vejr i morgen Ik denk dat het mooi weer wordt morgen (dat heb ik tenminste gehoord)
A: Hvorfor kommer han ikke?
B: Toget er vist forsinket
A: Waarom komt hij niet?
B: De trein zal wel vertraagd zijn (Ik heb iets gehoord en ik denk dat het mogelijk is)
 
da
Geeft extra nadruk aan een betekenis (zeker, natuurlijk, maar)
A: Det koster 2000 kroner
B: Det kan da ikke passe!
A: Dat kost 2000 kronen
B: Dat kan niet waar zijn! (Zeker!)
A: Hvem er USA's præsident?
B: Det er da Barack Obama
A: Wie is president van de Verenigde Staten?
B: Dat is natuurlijk Barack Obama (natuurlijk, dat weet toch iedereen - met een lichte verbazing dat de vraagsteller zoiets niet weet)
Du taler da godt dansk Maar je spreekt goed Deens (verbazingwekkend)
 
dog
Vergelijkbaar met da, maar met een sterkere betekenis:
Kan du dog ikke tie stille! Kun je niet eens even stil zijn (potverdorie!)
Kom dog! Vi bliver forsinket Kom op nou! We komen nog te laat
Hvor bliver han dog af? Waar blijft hij toch?
 
mon
Mon duidt op onzekerheid, als in Ik vraag me af (hoewel mon niet op zichzelf kan worden gebruikt. "Mon" ≠ "Ik vraag me af").
Hvor bliver han mon af? Ik vraag me af waar hij blijft
Mon hun kommer i dag? Ik vraag me af of zij vandaag komt
maar kan ook betekenen Ik betwijfel of het waar is wat je zegt:
A: Jeg har ikke betalt dig i 3 måneder, men jeg skal nok betale dig i morgen
B: Mon?
A: Ik heb je 3 maanden niet betaald, maar ik betaal je morgen
B: Ja, natuurlijk
 
bare
Betekent slechts/maar:
A: Hvem er det?
B: Det er bare mig
A: Wie is daar?
B: Ik ben het maar
Han er bare en dreng. Hij is nog maar een jongetje
A: Hvad laver du?
B: Jeg ser bare fjernsyn
A: Wat doe je?
B: Ik kijk alleen maar TV
A: Hvor gammel er hun?
B: Hun er bare fem
A: Hoe oud is zij?
B: Ze is nog maar vijf
Kan ook een sterke wens uitdrukken:
Bare jeg var rig! Was ik maar rijk!
Bare han kommer i morgen Ik zou echt willen dat hij morgen komt
Wordt ook vaak gebruikt om de gebiedende wijs te verzachten om beleefder te klinken:
Luk bare døren Doe de deur maar dicht (Ook: Luk lige døren)
 
altså
Betekent nou,
Altså, han sagde jo, at han kommer i morgen Nou, hij zei dat hij morgen komt
tenminste,  
Jeg besøger dig i morgen, hvis det altså er fint med dig Ik bezoek je morgen, als je dat tenminste uitkomt
echt,  
Du bør altså ikke drikke så meget Je zou echt niet zo veel moeten drinken
dus,  
Jeg tabte min billet, og måtte altså gå hjem Ik had mijn kaartje verloren, en moest dus naar huis lopen
Altså wordt vaak aan het einde van een zin geplakt als een soort stopwoordje (zoiets als uhm, weet je, etc.)
 
ikke
nietwaar?
Han kommer jo i morgen, ikke? Hij komt morgen, nietwaar?
Wordt ook vaak gebruikt als een stopwoordje in iedere mogelijke context
 
jamen
nou
Jamen, prøv bare igen Nou, probeer nog maar eens
Jamen, jeg mente jo ikke noget med det. Nou, ik bedoelde er niets mee
maar,  
Jamen, jeg har ikke gjort det! Maar, ik heb het niet gedaan!
Jamen dog wordt ook gebruikt als uitroep: Goh! of O jee!

Back Forward